Crime passionel in Kreileroord

Ongeveer 2% van de ongeveer 1,8 miljoen rechterlijke uitspraak wordt jaarlijks op rechtspraak.nl gepubliceerd. De uitspraak waar ik onlangs over schreef is daar nu ook één van.

In de toekomst zullen er vermoedelijk meer uitspraken voor het grote publiek toegankelijk worden gemaakt. De onlangs geformuleerde nieuwe criteria voor openbaarmaking zouden moeten bijdragen aan grotere transparantie van de rechtspraak voor de maatschappij.

Gepubliceerde vonnissen krijgen een inhoudsindicatie mee. De Alkmaarse uitspraak van 2 mei 2012 is gelabeld als crime passionelle. Afgezien van de schrijfwijze -ik zou eerder kiezen voor crime passionel- lijkt mij die term goed gekozen. Het ging bij de verdachte, thans veroordeelde, om gedrag dat voortkwam uit een plotselinge opwelling. Ondoordacht en niet gepland, voortkomend uit jaloezie.

Jaloezie, de geelzucht van de ziel, schreef de Engelse dichter John Dryden in de zeventiende eeuw, 300 jaar voordat het dorp Kreileroord gebouwd werd.

Kennelijk is er in een paar eeuwen weinig veranderd als het om menselijk gedrag gaat.

Click here to download:
hppscan73.pdf (2.96 MB)
(download)

Buurman en buurman

De rechtbank Alkmaar heeft op 2 mei een mooi vonnis gewezen in een strafzaak die ging over de vraag hoe het gedrag van een verdachte juridisch gekwalificeerd zou moeten worden. Aan waarheidsvinding hoefde niet veel tijd te worden besteed; alle betrokken partijen waren het er in grote lijnen wel over eens wat er was gebeurd.

Maar welk juridisch etiket moest er op de verboden handelingen worden geplakt?

Een vijftigjarige verdachte drong op 8 januari van dit jaar in Kreileroord met een jachtgeweer het huis van zijn overbuurman binnen, waarna tijdens de worsteling die volgde een schot werd gelost. Gelukkig raakte er niemand gewond. RTV Hollands Kroon schreef op 20 april 2012 uitgebreid over de zaak. 

De officier van justitie was van mening dat het gedrag van de verdachte als poging tot moord, dan wel poging tot doodslag gezien moest worden. Door tijdens de ontstane wordteling een vinger bij de trekker van het geladen geweer te houden heeft de verdachte welbewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat het wapen tijdens die worsteling zou afgaan en het slachtoffer gedood had kunnen worden, zo vond de officier. 

Tijdens mijn pleidooi op 18 april heb ik ondermeer aangevoerd: 

'Verdachte heeft weliswaar een wapen meegenomen, maar voor de aanmerkelijke kans dat iemand hierdoor dodelijk wordt verwond is meer nodig. Verdachte was zich in ieder geval niet bewust van deze aanmerkelijke kans en heeft deze ook niet bewust aanvaard. Bovendien was sprake van een worsteling en het trekken aan de verdachte door de aangever waardoor het wapen is afgegaan. Deze van buitenaf komende handeling was nodig om het gevolg te laten intreden. Gelet op het standaardarrest over voorwaardelijk opzet (NJ 2003, 552) is hiervan in het onderhavige geval geen sprake.'

De rechtbank spreekt de verdachte vrij van poging tot moord en poging tot doodslag en overweegt het volgende:

'Om tot een bewezenverklaring van de poging tot moord dan wel de poging tot doodslag te kunnen komen, dienen de vragen te worden beantwoord of de verdachte het voornemen had een moord of doodslag te plegen en of dit voornemen zich door een begin van uitvoering heeft geopenbaard. Volgens bestendige jurisprudentie van de Hoge Raad zijn gedragingen aan te merken als een begin van uitvoering van het voorgenomen misdrijf, als zij naar de uiterlijke verschijningsvorm moeten worden beschouwd als te zijn gericht op de voltooiing van het misdrijf. Daarnaast is het noodzakelijk dat de uitvoeringshandeling door de verdachte is verricht. De in de tenlastelegging opgenomen uitvoeringshandeling is het (meermalen) overhalen van de trekker van dat vuurwapen. De rechtbank is van oordeel dat uit de verklaring van de verdachte noch uit die van de aangever blijkt dat de verdachte die feitelijke handeling heeft verricht. De aangever heeft immers duidelijk verklaard dat hij wilde dat het wapen afging en dat hij degene was die zijn hand over die van de verdachte heeft gelegd en met zijn middelvinger heeft geprobeerd om de trekker over te halen, hetgeen hem uiteindelijk door hard te trekken lukte (...).'

Wel is de verdachte veroordeeld wegens bedreiging en verboden wapenbezit. Dat wekt geen verbazing. De verdachte zelf had verklaard dat hij de aangever de angst van zijn leven wilde bezorgen. Volgens de rechtbank past de gedraging van de verdachte in dat beeld.

Aangezien voor bedreiging en overtreding van de Wet wapens en munitie straffen van een geheel andere orde worden opgelegd dan voor poging tot moord of doodslag, zal de verdachte binnenkort vrijkomen. Of de verdachte dan weer zijn intrek in zijn eigen woning zal nemen, gelegen tegenover de woning van de bedreigde, is nog niet bekend.

Beroepsgeheim

Bedrijfsartsen schenden af en toe hun beroepsgeheim. Oorzaak: de druk van een werkgever.

De term bedrijfsarts suggereert weliswaar een band met een werkgever, maar over de werkelijke status kan geen misverstand bestaan. Een bedrijfsarts is volledig onafhankelijk. Deze onafhankelijkheid is ondermeer geborgd in de Arbeidsomstandighedenwet en het professioneel statuut van de bedrijfsarts. 

Vorig jaar deed het bureau voor beleidsonderzoek Astri in opdracht van het ministerie van Sociale Zaken onderzoek onder 541 bedrijfsartsen. Uit de resultaten bleek dat een minderheid van de bedrijfsartsen regelmatig in een situatie terechtkomt waarin niet meer geheel onafhankelijk gewerkt kan worden, als gevolg van de opstelling van een werkgever.

Volgens de KNMG is het beroepsgeheim een zeer cruciaal aspect van de arts-patiënt relatie. Niet valt in te zien waarom dit voor de bedrijfsarts-werknemer relatie anders zou zijn.

Op 8 maart 2012 deed het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg in Zwolle uitspraak in een zaak die een werkneemster had aangespannen tegen haar bedrijfsarts. Of deze arts onder druk was gezet door de werkgever wordt niet duidelijk, maar feit is dat een korte les ‘hoe om te gaan met medische gegevens’ voor de arts zeker geen kwaad had gekund.

Na afloop van het derde consult deed de bedrijfsarts in kwestie als volgt verslag aan de werkgever:

‘[…] Betrokkene vertelde dat zij op 10 mei de eerste afspraak met de psychiater heeft. Met betrokkene werd afgesproken dat er nadere informatie wordt opgevraagd bij deze behandelaar. Het blijft van belang dat betrokkene regelmatig contact heeft met het werk en ik sprak met haar af dat zij zo mogelijk 2 keer per week even op het werk/het bedrijf aanwezig is. […]’.

De werkneemster beklaagde zich over de handelwijze van de arts. Zij stelde bij het tuchtcollege dat de arts zijn geheimhoudingsplicht had geschonden door haar werkgever te berichten dat zij een afspraak met een psychiater had.

De arts stelde daar weinig tegenover. Verder dan ‘mij is nooit verteld dat de werkneemster niet wilde dat deze informatie bij de werkgever terecht zou komen’ kwam hij niet.

Volgens het tuchtcollege is er geen discussie over dat het hier informatie betrof die onder het beroepsgeheim van de arts viel. Alleen met uitdrukkelijke toestemming van de werkneemster mocht deze informatie aan haar werkgever worden verstrekt. En van toestemming, laat staan uitdrukkelijke toestemming, bleek niets.

Volgens de Wet BIG, de Wet op de Persoonsgegevens en de Code Gegevensverkeer en Samenwerking bij Arbeidsverzuim en Re-integratie mag een bedrijfsarts alleen informatie en advies aan een werkgever verschaffen over:

- de resterende werkzaamheden waartoe de werknemer nog in staat is;

- de te verwachten duur van het verzuim;

- de mate waarin de werknemer arbeidsongeschikt is;

de aanpassingen en maatregelen die de werkgever kan treffen om de re-integratie van de werknemer te bevorderen.

En alleen met uitdrukkelijke toestemming van een werknemer mogen ook andere gegevens met de werkgever besproken worden.

De arts in kwestie kreeg van het tuchtcollege een maatregel opgelegd.

En ook al woedt er op de website van Medisch Contact, het weekblad van de KNMG, al enige tijd een interessante discussie over de toestemming van een patiënt om medische informatie uit te mogen wisselen, de tuchtrechtspraak hierover is vooralsnog eenduidig. Impliciete toestemming bestaat niet.

Alcoholslot

De overheid heeft onlangs nieuwe maatregelen getroffen om het rijden onder invloed van alcohol verder terug te dringen. Op 1 december 2011 is het alcoholslotprogramma (ASP) ingevoerd.

Het ASP bestaat uit een alcoholslot in de auto en begeleiding van overtreders om ze op de gevaren van alcohol in het verkeer te wijzen. Het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) legt de maatregel op. Het ASP moet worden gezien als een aanvulling op het reeds bestaande pakket aan maatregelen van boetes en rijontzeggingen.

Het alcoholslot is al in een aantal landen in gebruik. Onderzoeken in Finland, Zweden, de Verenigde Staten, Canada en Australië hebben laten zien dat het alcoholslot goed is voor de verkeersveiligheid. Het voorkomt dat zogenaamde alcomobilisten opnieuw in de fout gaan.

Het alcoholslotprogramma in Nederland is verplicht voor zware alcoholovertreders met een promillage van boven de 1,3 hetgeen overeenkomst met 570 ug/l. Voor automobilisten die nog geen 5 jaar hun rijbewijs hebben en recidivisten gelden andere, lagere normen.

Een alcoholslot is een startonderbreker in de auto waar de bestuurder eerst in moet blazen voordat de auto start. Als de bestuurder een alcoholpromillage boven 0,2 heeft, start de auto niet. Het blaasapparaat is in de auto ingebouwd en registreert gegevens over hoe vaak er geblazen wordt, met welk promillage, op welke dag en op welk tijdstip.

Mensen met een alcoholslot moeten gedurende een periode van 2 jaar om de 6 weken de 'blaasgegevens' laten uitlezen.

Om fraude te voorkomen, bijvoorbeeld iemand anders laten blazen voor het starten, moet de bestuurder onderweg nogmaals een aantal keer blazen (de zogenaamde hertest). Als de bestuurder de hertest weigert, moet de bestuurder het slot binnen 5 dagen laten uitlezen. Als hij dat niet doet, kan hij na 5 dagen de auto niet meer starten. Het is dus niet zo dat de auto onderweg ineens op de weg stopt na een negatieve hertest of weigering van de hertest. Dit zou verkeersonveilige situaties kunnen opleveren. Als bij het uitlezen van de blaasgegevens blijkt dat iemand tijdens het rijden alsnog teveel heeft gedronken volgen sancties.

Het uitvoeren van de blaastest onderweg blijkt net zo veilig is als het bedienen van de autoradio. Bovendien wordt de test door een optisch en akoestisch signaal van tevoren gemeld. De bestuurder kan de test maximaal 12 minuten uitstellen, mocht de verkeerssituatie het uitvoeren van de hertest niet toelaten.

Een alcoholslot controleert de adem op vochtgehalte en warmte. Blazen met een ballon of pomp en door een filter wordt door het alcoholslot dus opgemerkt.

Deelnemers die toch frauderen worden uit het programma gezet. Hun rijbewijs wordt ongeldig verklaard en zij mogen niet meer rijden. Na 5 jaar mogen zij weer hun rijbewijs proberen te halen.

De kosten van het alcoholslot en het begeleidende programma komen volledig voor rekening van de overtreder en bedragen voor 2012 € 1.000,-. De kosten voor het laten inbouwen van het alcoholslot, naar schatting een bedrag van € 2.000,-, zijn hier nog niet bij inbegrepen.

Ieder alcoholslot gaat vergezeld van een eveneens verplicht begeleidingsprogramma. Dit zal bestaan uit een aantal groepsessies. Doel van het programma is dat deelnemers leren een scheiding te maken tussen het gebruik van alcohol en het besturen van een motorrijtuig. Daarnaast krijgen deelnemers adviezen hoe ze hun drankprobleem kunnen aanpakken.

Een alcoholslot mag alleen in personenauto’s worden ingebouwd en bijvoorbeeld niet in een vrachtwagen.

Omdat de maatregel nog maar kortgeleden in werking is getreden bestaat er nauwelijks jurisprudentie. Uit een van de weinige uitspraken die er wel is gedaan blijkt dat er -vooralsnog- weinig juridische mogelijkheden zijn. En dit past precies bij de doelstelling van de regeling: het terugbrengen van het aantal alcohol-gerelateerde slachtoffers in het verkeer.

 

**UPDATE**

In de eerste 14 weken na de invoering zijn er al 1000 mensen aan wie het Alcoholslotprogramma is opgelegd. Een overgrote meerderheid daarvan (855) heeft aangegeven er geen gebruik van te zullen maken, hetgeen betekent dat zij in elk geval voor een periode van 5 jaar het rijbewijs kwijt zijn.

Werk of privé

Wat je in je vrije tijd doet moet je zelf weten, als het werk er maar niet onder lijdt. Een veel voorkomende gedachte bij werkgevers als het om personeel gaat.

Werk en privé zijn in het arbeidsrecht doorgaans strikt gescheiden. Op grond van artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) heeft iedereen recht op eerbiediging van zijn of haar privéleven. Voor de meeste werknemers eindigt hun arbeidsrechtelijke verantwoordelijkheid dan ook op het moment dat ze het pand om 17.00 uur verlaten.

Mensen die wegens een ernstig misdrijf in een politiecel belanden, mogen niet zomaar ontslagen worden. Een bouwonderneming uit Friesland mocht van de rechter zelfs een werknemer die wegens het bezit van kinderporno veroordeeld was, niet ontslaan.

Toch zijn er in de rechtspraak -zeldzame- voorbeelden van privégedrag dat consequenties heeft tot op de werkvloer.

Een van de bekendste voorbeelden is een zaak uit 1998. Toenmalig directeur Edelenbos van Feyenoord kreeg een relatie met een directeur van Ajax en mocht van de rechter ontslagen worden.

De kantonrechter in Haarlem heeft onlangs een arbeidsovereenkomst tussen een orgelbouwer en een van zijn medewerkers beëindigd omdat de werknemer een liefdesrelatie was aangegaan met de echtgenote van een bevriende collega.

Ook in die procedure kwam naar voren dat een werkgever zich in het algemeen niet met privézaken van zijn werknemers heeft te bemoeien, maar als een bedrijf zo klein is dat je elkaar niet of nauwelijks kunt ontlopen, kan de arbeidsrelatie wel degelijk ernstig verstoord raken door een privé-aangelegenheid. Of zoals de kantonrechter het formuleerde:

Gegeven het specialistische werk dat de medewerkers in een klein team en in nauwe samenwerking met elkaar uitvoeren, is een goede onderlinge verhouding van essentieel belang. 

Voorafgaand aan de ontslagprocedure deed de werkgever in kwestie nog een oproep aan de betreffende werknemer: 'Ik spreek tenslotte nogmaals mijn hoop uit, dat je mijn dringende oproep om de relatie met de vrouw van je vriend en collega te beëindigen serieus zult overwegen.'

Desalniettemin koos de werknemer voor de vrouw en niet voor zijn baan. Dat lijkt me in elk geval een belangrijk signaal dat er echte liefde in het spel was.

 

Algemeen belang

De rechtbank in Alkmaar heeft vandaag een man uit West-Graftdijk veroordeeld wegens ontucht. De verdachte kreeg een gevangenisstraf van 30 maanden waarvan 12 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 5 jaren. Bij de behandeling van zijn strafzaak veertien dagen geleden hoorde de man nog 4 jaar cel tegen zich eisen.

Zoals gebruikelijk heeft de rechtbank in het vonnis ook beslist dat een aantal in beslag genomen spullen moeten worden vernietigd. Het gaat daarbij om computers, dvd's en papieren. Zaken waar misdrijven mee worden gepleegd of die in strijd zijn met de wet, worden nooit aan een verdachte teruggeven.

Zo krijgt bijvoorbeeld iemand die wordt vrijgesproken van het dealen van cocaïne, de in beslag genomen drugs niet terug. De Staat zou dan immers verantwoordelijk zijn voor het in omloop brengen van verboden waar.

Ook kan de rechter van veroordeelden voorwerpen afnemen die schadelijk zijn of voor het plegen van misdrijven gebruikt kunnen worden. Om die reden worden wapens nooit teruggeven en moet ook inbrekersgereedschap uit de maatschappij verdwijnen.

Begrijpelijk en alleszins redelijk.

In de uitspraak van de Alkmaarse rechter is op dit punt echter iets opvallends te vinden. Naast in beslag genomen computers en dvd's kreeg de verdachte nog een voorwerp niet terug. Een bij de verdachte inbeslaggenomen kunstvagina (Pardon my French) moet volgens de rechtbank worden onttrokken aan het verkeer, nu het ongecontroleerde bezit ervan in strijd is met het algemeen belang.

Nu durf ik te zeggen dat mijn fantasie oneindig is en mijn juridische creativiteit best behoorlijk, toch heb ik in dit geval moeite om mij voor te stellen waarom kunstvagina's uit de maatschappij zouden moeten verdwijnen. Zijn die dingen schadelijk voor de gezondheid? Is er een wet die het bezit verbiedt? Of is het ongecontroleerde bezit ervan wellicht schadelijk?

Waarschijnlijk hebben de Alkmaarse magistraten die het vonnis hebben gemaakt zich dit allemaal niet afgevraagd. Als het algemeen belang als argument komt opdraven, weet je vaak wel dat andere, overtuigende argumenten niet voorhanden waren.

Wat is het algemeen belang eigenlijk?

Opeens besef je dat een universitaire opleiding ook niet zaligmakend is.

Noodweer

Dit stuk gaat niet over regen en storm. Met de term noodweer bedoel ik het handelen uit zelfverdediging.

Volgens artikel 41 van het Wetboek van Strafrecht is niet strafbaar hij die een feit begaat, geboden door de noodzakelijke verdediging van eigen of eens anders lijf, eerbaarheid of goed tegen ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding.

De strafzaak waarin ik vandaag als raadsman optrad, handelde over de vraag of de verdachte van mishandeling een rechtvaardigingsgrond had voor haar gedrag. Mijn pleidooi heb ik in zijn geheel hieronder opgenomen.

Click here to download:
PLEITNOTA_BLOG.docx (14 KB)
(download)

De politierechter was van oordeel dat de verdachte alternatieve mogelijkheden (weglopen, hulp halen) onbenut had gelaten en wees het beroep op noodweer af. De verdachte werd veroordeeld tot een voorwaardelijke geldboete met een proeftijd van één jaar.

Het vonnis van de rechtbank in Rotterdam waar ik in mijn pleidooi naar verwees, is hier te vinden.

Willekeur

Het vak van rechter is eenvoudig en overzichtelijk. Je wordt voor het leven benoemd en toetst gedrag van burgers, bedrijven en instanties aan de wet. En de wet zelf, daar bemoei je je niet mee, daar zijn anderen voor.

Simpel. Iedereen zou het kunnen.

Rechters zijn verder net echte mensen, ze moeten zich uiteraard zelf ook aan de wet te houden.

Behalve als het de rechter niet goed uitkomt. Dan hoeven ze zich van de wet niets aan te trekken.

In Amsterdam heeft de meervoudige strafkamer op 14 november 2011 een uitspraak gedaan die vermoedelijk nog veel stof zal doen opwaaien. Dat hoop ik althans. Want onomwonden en welbewust hebben de rechters in kwestie de wet aan hun laars gelapt. Niet zonder reden en -dat moet gezegd- met een flinke dosis lef trekken de rechters de wetgever van haar democratische stoel om er vervolgens zelf op te gaan zitten.

'Wij toetsen als magistraat de wet en als wij denken dat het een slechte wet is, dan maken we zelf wel een nieuwe.'

Een verdachte van een aantal verkrachtingen en aanrandingen werd door de Amsterdamse rechters in kwestie schuldig bevonden. De maximaal op te leggen gevangenisstraf was 4 jaar en 3 maanden, dit als gevolg van artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht. Maar die maximale straf vond de rechtbank veel te licht.

Met als argument dat de maximale gevangenisstraf niet zou zijn uit te leggen aan de samenleving in het algemeen en de slachtoffers in het bijzonder, veroordeelde de rechtbank de verdachte tot 10 jaar cel.

Weliswaar was de rechtbank gebonden aan de wet; men voelde zich echter niet gebonden. En kennelijk konden de gewetens van de magistraten met die drogredenering schoongespoeld worden.

Het recht is ondermeer ontstaan om chaos en willekeur te voorkomen.

Het parlement mag als wetgever worden beïnvloed door de publieke opinie. Maar rechters die hun oren laten hangen naar de gevoelens in de samenleving, whatever that may be, zouden zich moeten schamen.

Dat beloof ik

De kantonrechter die de vier getuigen ging verhoren had er zin in.

Iedere getuige kreeg een keurige uitleg van wat er werd verwacht, waarna de rechter het formele deel besloot met de woorden: wilt u mij dan nazeggen, dat beloof ik?

Dat beloof ik!

Dank u wel, dan staat u nu onder ede.

Zo ging het de hele ochtend door. Totdat een van de getuigen, kennelijk zo bevangen door de zenuwen, de toch eenvoudige vraag van de rechter om zijn woorden te herhalen tot vijfmaal mislukt zag.

'Wilt u mij dan nazeggen, dat beloof ik?'

‘Ja.’

‘Nee, u moet de woorden nazeggen.’

‘Ja.’

‘Nee nee, het is de bedoeling dat u letterlijk zegt dat beloof ik.’

‘Ja!’

Gelukkig won het doorzettingsvermogen van de rechter het van de immer aanwezige tijdsdruk en na enkele minuten oefenen slaagde de getuige erin om luidkeels en met een grote glimlach de woorden ‘dat beloof ik’ uit te spreken.

Nog een geluk dat deze getuige er niet voor koos om de eed af te leggen.

Eed

Bij het afleggen van een eed gelden namelijk aanzienlijk zwaardere formaliteiten. Volgens de Wet Vorm van de Eed moet iemand die een eed aflegt de twee voorste vingers van zijn rechterhand opsteken en de volgende woorden uitspreken: "Zoo waarlijk helpe mij God Almachtig". Die wet is erg oud, dat geef ik onmiddellijk toe. Om precies te zijn uit 1911.

Maar toch. De inhoud geldt nog altijd.

Ik durf te wedden dat het gaan staan en met de twee voorste vingers in de lucht "Zoo waarlijk helpe mij God Almachtig" verklaren, de zenuwachtige getuige nooit zou zijn gelukt.

te veel informatie

Op deze zonnige Noord-Hollandse herfstmiddag lees ik een proces-verbaal voor de zitting van morgen in Den Haag. Het gaat om een heftige strafzaak. Zo één waarin het afstand nemen van de materie niet eenvoudig is.

Een zaak waarin je al snel te veel weet. Iets minder gedetailleerde informatie was ook goed geweest.

Photo

Ik lees de letters woord voor woord, zonder het geheel als samenhangend verhaal te zien. Een technische beschouwing zonder emoties, daar gaat het om. 

Het dossier roept vragen op. De meeste antwoorden kan ik zelf wel bedenken. Maar één vraag blijft onbeantwoord.

Moet ik de waarheid willen weten?

Antwoorden zijn oppervlakkig, de waarheid is vaak complex.

In de film 'A Few Good Men' komt de volgende dialoog voor tussen advocaat Tom Cruise en commandant Jack Nicholson:

'You want answers?'

'I think I'm entitled to them.'

'You want answers?'

'I want the truth!'

'You can't handle the truth!'