Noodweer
Dit stuk gaat niet over regen en storm. Met de term noodweer bedoel ik het handelen uit zelfverdediging.
Volgens artikel 41 van het Wetboek van Strafrecht is niet strafbaar hij die een feit begaat, geboden door de noodzakelijke verdediging van eigen of eens anders lijf, eerbaarheid of goed tegen ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding.
De strafzaak waarin ik vandaag als raadsman optrad, handelde over de vraag of de verdachte van mishandeling een rechtvaardigingsgrond had voor haar gedrag. Mijn pleidooi heb ik in zijn geheel hieronder opgenomen.
De politierechter was van oordeel dat de verdachte alternatieve mogelijkheden (weglopen, hulp halen) onbenut had gelaten en wees het beroep op noodweer af. De verdachte werd veroordeeld tot een voorwaardelijke geldboete met een proeftijd van één jaar.
Het vonnis van de rechtbank in Rotterdam waar ik in mijn pleidooi naar verwees, is hier te vinden.

