Crime passionel in Kreileroord

Ongeveer 2% van de ongeveer 1,8 miljoen rechterlijke uitspraak wordt jaarlijks op rechtspraak.nl gepubliceerd. De uitspraak waar ik onlangs over schreef is daar nu ook één van.

In de toekomst zullen er vermoedelijk meer uitspraken voor het grote publiek toegankelijk worden gemaakt. De onlangs geformuleerde nieuwe criteria voor openbaarmaking zouden moeten bijdragen aan grotere transparantie van de rechtspraak voor de maatschappij.

Gepubliceerde vonnissen krijgen een inhoudsindicatie mee. De Alkmaarse uitspraak van 2 mei 2012 is gelabeld als crime passionelle. Afgezien van de schrijfwijze -ik zou eerder kiezen voor crime passionel- lijkt mij die term goed gekozen. Het ging bij de verdachte, thans veroordeelde, om gedrag dat voortkwam uit een plotselinge opwelling. Ondoordacht en niet gepland, voortkomend uit jaloezie.

Jaloezie, de geelzucht van de ziel, schreef de Engelse dichter John Dryden in de zeventiende eeuw, 300 jaar voordat het dorp Kreileroord gebouwd werd.

Kennelijk is er in een paar eeuwen weinig veranderd als het om menselijk gedrag gaat.

Click here to download:
hppscan73.pdf (2.96 MB)
(download)

Noodweer

Dit stuk gaat niet over regen en storm. Met de term noodweer bedoel ik het handelen uit zelfverdediging.

Volgens artikel 41 van het Wetboek van Strafrecht is niet strafbaar hij die een feit begaat, geboden door de noodzakelijke verdediging van eigen of eens anders lijf, eerbaarheid of goed tegen ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding.

De strafzaak waarin ik vandaag als raadsman optrad, handelde over de vraag of de verdachte van mishandeling een rechtvaardigingsgrond had voor haar gedrag. Mijn pleidooi heb ik in zijn geheel hieronder opgenomen.

Click here to download:
PLEITNOTA_BLOG.docx (14 KB)
(download)

De politierechter was van oordeel dat de verdachte alternatieve mogelijkheden (weglopen, hulp halen) onbenut had gelaten en wees het beroep op noodweer af. De verdachte werd veroordeeld tot een voorwaardelijke geldboete met een proeftijd van één jaar.

Het vonnis van de rechtbank in Rotterdam waar ik in mijn pleidooi naar verwees, is hier te vinden.

Willekeur

Het vak van rechter is eenvoudig en overzichtelijk. Je wordt voor het leven benoemd en toetst gedrag van burgers, bedrijven en instanties aan de wet. En de wet zelf, daar bemoei je je niet mee, daar zijn anderen voor.

Simpel. Iedereen zou het kunnen.

Rechters zijn verder net echte mensen, ze moeten zich uiteraard zelf ook aan de wet te houden.

Behalve als het de rechter niet goed uitkomt. Dan hoeven ze zich van de wet niets aan te trekken.

In Amsterdam heeft de meervoudige strafkamer op 14 november 2011 een uitspraak gedaan die vermoedelijk nog veel stof zal doen opwaaien. Dat hoop ik althans. Want onomwonden en welbewust hebben de rechters in kwestie de wet aan hun laars gelapt. Niet zonder reden en -dat moet gezegd- met een flinke dosis lef trekken de rechters de wetgever van haar democratische stoel om er vervolgens zelf op te gaan zitten.

'Wij toetsen als magistraat de wet en als wij denken dat het een slechte wet is, dan maken we zelf wel een nieuwe.'

Een verdachte van een aantal verkrachtingen en aanrandingen werd door de Amsterdamse rechters in kwestie schuldig bevonden. De maximaal op te leggen gevangenisstraf was 4 jaar en 3 maanden, dit als gevolg van artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht. Maar die maximale straf vond de rechtbank veel te licht.

Met als argument dat de maximale gevangenisstraf niet zou zijn uit te leggen aan de samenleving in het algemeen en de slachtoffers in het bijzonder, veroordeelde de rechtbank de verdachte tot 10 jaar cel.

Weliswaar was de rechtbank gebonden aan de wet; men voelde zich echter niet gebonden. En kennelijk konden de gewetens van de magistraten met die drogredenering schoongespoeld worden.

Het recht is ondermeer ontstaan om chaos en willekeur te voorkomen.

Het parlement mag als wetgever worden beïnvloed door de publieke opinie. Maar rechters die hun oren laten hangen naar de gevoelens in de samenleving, whatever that may be, zouden zich moeten schamen.

Financieringsvoorbehoud

Op een donderdagavond stapt een man de showroom van een bekende Noord-Hollandse autodealer binnen. Het is al bijna half negen en de man heeft haast nadat hij een uur in de file heeft gestaan. Maar zoals autoverkopers dat ook behoren te doen wordt de klant in een oase van rust hartelijk ontvangen.

Twee koffie, een bezichtiging en ruim drie kwartier later verlaat de man van middelbare leeftijd, in het dagelijks leven chirurg, de showroom met een getekende overeenkomst die betrekking heeft op een mooie middenklasser. De levering zal plaatsvinden in onderling overleg, nadat de financiering geregeld is. Maar zover zal het niet komen.

Nadat financieringsmaatschappij nummer 1 de aanvraag van de man heeft afgewezen, wordt er een tweede aanvraag gedaan. Die wordt weliswaar gehonoreerd, maar de chirurg vindt de maandlasten te hoog. Al enige tijd groeien bij de medisch specialisten de bomen niet meer tot in de hemel. Hierop schrijft de klant de dealer een brief waarin hij aangeeft af te zien van de auto.

De dealer beschouwt de mededeling van de klant als een annulering van de koop. Overeenkomstig de Bovag-voorwaarden wordt een boete van 15% van de koopprijs in rekening gebracht. Als blijkt dat de factuur niet wordt voldaan volgt er een gerechtelijke procedure.

Welke afspraken zijn er op die donderdagavond in de showroom gemaakt? Of, in de woorden van de chirurg, in de toonzaal.

Auto_dealer
Op de schriftelijke koopovereenkomst staat geschreven onder voorbehoud van financiering. Wat betekent die term?

De autodealer voert bij de rechtbank aan dat er op die bewuste donderdagavond wel degelijk een overeenkomst is gesloten. En overeenkomsten moeten nu eenmaal worden nagekomen. Pacta sunt servanda.

De klant zou volgens de dealer de overeenkomst alleen kunnen ontbinden als hij niet in staat zou zijn een financiering voor de auto te krijgen. En die financiering kon hij wel krijgen. Dat de financiering uiteindelijk niet rond is gekomen is te wijten aan de klant zelf, die de maandlasten te hoog vond. En dat klinkt meer als spijt over een gedane aankoop dan als onmogelijkheid van financiering.

De klant daarentegen legt het financieringsvoorbehoud zo uit dat er pas een deal zou zijn als de financiering rond was. Volgens zijn verklaring bij de rechter was de autoverkoper zo ontzettend aardig om op de man te wachten en verder erg behulpzaam. Die omstandigheden maakten het dat de klant het vervelend zou hebben gevonden als het wachten van de autoverkoper tevergeefs zou blijken te zijn. Daarbij werd de chirurg geholpen door de mededeling van de verkoper 'dat de koop pas doorging als financiering mogelijk was'.

Juridisch moet worden uitgemaakt of het voorbehoud van financiering een opschortende voorwaarde bij de overeenkomst was of een ontbindende voorwaarde. Verder zal de rechtbank de vraag gaan beantwoorden of de voorwaarde alleen kan worden ingeroepen bij de onmogelijkheid van financiering of ook bij een financiering met onwenselijke maandlasten.

Hoe deze zaak afloopt is nog onbekend, het vonnis wordt over vier weken verwacht. De jurisprudentie in zaken over een financieringsvoorbehoud is niet op de hand van de chirurg. Uiteraard heb ik ook wel een idee wie er gelijk gaat krijgen. Al ben ik als advocaat natuurlijk niet objectief.

Integendeel zelfs, ik ben erg partijdig.

Herinnering -update-

De rechtbank Haarlem heeft gisteren de verdachte die geen enkele herinnering meer had en waar ik eerder over schreef, toch veroordeeld. Als het standpunt van de verdachte dat hij iedere wetenschap omtrent het delict mist al juist is, ontslaat hem dat kennelijk niet van zijn juridische aansprakelijkheid.

De verdachte kreeg een gevangenisstraf opgelegd van 15 maanden waarvan 5 voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar. Hij beraadt zich op de mogelijkheid om hoger beroep in te stellen.

Koepel

 

Bruut

De rechtbank in Breda heeft vandaag een man veroordeeld wegens de moord op zijn huisgenoot. De verdachte had bij de politie bekend dat hij de deur van de kamer van het slachtoffer kapot heeft gemaakt, dat hij met het slachtoffer heeft gevochten, dat hij het hoofd van het slachtoffer heeft vastgepakt en vervolgens zijn keel heeft doorgesneden.

Gruwelijk.

Of zoals de rechtbank het formuleert: "Het moet voor het slachtoffer vreselijk zijn geweest om op deze manier aan zijn einde te komen. Voor de nabestaanden moet zijn dood onherstelbaar leed en verdriet met zich mee hebben gebracht. Ook voor de samenleving is het een schokkend en zeer ernstig feit."

Of de dader handelde uit geloofsovertuiging of onder invloed van een ziekelijke stoornis bleef tijdens de behandeling van zijn zaak in het midden. De verdachte zelf verklaarde daarover dat de Koran hem het bevel gaf tot zijn daad. Hij zou hebben gehandeld uit naam van Allah. Maar in een eerder stadium bij de politie kwam ook naar voren dat de verdachte zich had gestoord aan de harde muziek van zijn huisgenoot. "I went crazy about the music."

Overlast als motief klinkt nogal plat en ordinair vergeleken met een innerlijke overtuiging, gedreven door religie.

Bijzonder is dat de rechtbank in dit specifieke geval de brute wijze van de moord strafverzwarend vindt. In verband daarmee wordt niet een gevangenisstraf van 12 jaar opgelegd, een straf die vaak als uitgangspunt bij een enkelvoudige moord dient, maar een straf van 15 jaar.

Gradaties in geweld werken vermoedelijk niet beide kanten op. Kun je uitleggen dat iemand minder straf krijgt dan gebruikelijk vanwege de mildheid van een moord?

Hoe dan ook, er bestaan kennelijk ook moorden die niet bruut zijn.

Het Lot

Onlangs stonden er in Groningen twee voormalige echtgenoten tegenover elkaar in de rechtbank. De scheiding was al enige tijd rond, er was geen geschil over alimentatie en dat er (minderjarige) kinderen waren vertelt het verhaal verder niet. Nee, er was iets anders aan de hand.

Het ging om Herman en Milo, twee Jack Russels.

Milo maakte tien jaar deel uit van het gezin en zoon Herman zeven jaar. En nadat het huwelijk was gestrand en de vrouw de echtelijke woning had verlaten, bleek het niet mogelijk afspraken te maken over de dieren. Dus moest de rechter uitkomst bieden.

Beide partijen hadden hoog ingezet toen ze in januari het gerechtsgebouw aan het Guyotplein betraden. Allebei waren ze op de twee honden uit.

De juridische eigendom van de Jack Russels kon door geen der partijen hard worden gemaakt, zodat de rechter met inachtneming van de huwelijkse voorwaarden oordeelde dat "deze goederen geacht worden toe te behoren aan ieder van de echtgenoten voor een gelijk deel". Een hond als goed.

Maar omdat het geschil natuurlijk niet opgelost zou zijn met een halve Herman en een halve Milo voor ieder, vond de rechter dat een gevalletje cd van jou cd van mij passend was. Juridisch gesproken: "de voorzieningenrechter heeft ter zitting overwogen dat het alleszins redelijk is dat ieder van partijen de zorg over een van de honden krijgt". Dat vonden de ex-geliefden ook. Maar de rechter vond het te ver gaan dat zij zou moeten kiezen wie welk dier zou krijgen. En omdat partijen zelf die keuze ook niet konden maken was een onorthodoxe methode de enige optie.

Kop of munt.

De rechter heeft met instemming van partijen een munt opgegooid, waarna het lot bepaalde dat de man de zorg over Herman zou krijgen; Milo mocht bij de vrouw wonen.

Een schitterende oplossing voor een magistraat. Iedere goed doordachte en weloverwogen beslissing zou net zo redelijk als onredelijk zijn geweest. De rechter zou het nooit goed hebben kunnen doen, behalve door te verwijzen naar het onwrikbare lot.

Toen Dmitri Sjostakovitsj in 1960 in Dresden zijn Strijkkwartet no. 8 in C Minor Op. 110 had voltooid over zijn lijdensweg tijdens het Sovjetregime, deed hij dat ook niet voor niets met de woorden: 'Tegen het lot is geen verweer'.

Vrijheid

Al een paar jaar sta ik iemand bij die van overheidswege wordt verpleegd. Laten we hem Herman noemen. Herman is in de zomer van 2008 veroordeeld wegens ontucht met minderjarige kinderen. Hij kreeg 3 jaar gevangenisstraf en TBS met dwangverpleging.

Momenteel verblijft Herman al bijna 2 jaar lang in een kliniek waar hij wordt behandeld. In verband met het aflopen van de termijn zal de rechtbank binnenkort een verzoek van het openbaar ministerie behandelen om de TBS te verlengen. 

Niet alleen is de eerste termijn van terbeschikkingstelling al bijna voorbij. Herman heeft sinds zijn veroordeling ook al zijn gevangenisstraf uitgezeten.

Als het gaat om termijnen hanteert het recht vaak zijn eigen regels. Zo heeft een maand in het strafrecht altijd 30 dagen. Schrikkeljaren en maanden van 31 dagen bestaan er niet. 

En zo kan het ook dat de aan Herman opgelegde straf er al lang opzit en de TBS is gaan lopen. 

Vanwege de zitting heeft de kliniek een verlengingsadvies opgesteld. De behandelaars van Herman en een ingeschakelde onafhankelijk psychiater hebben het openbaar ministerie geadviseerd de behandeling te verlengen. De dwangverpleging is weliswaar al sinds begin 2009 aan de gang, maar nog lang niet afgerond. Met de adviezen van de deskundigen in de hand zal de rechtbank gevraagd worden een langere behandeling toe te staan.

Als raadsman ontving ik onlangs een dikke stapel wettelijke aantekeningen en behandelverslagen met betrekking tot Herman. En omdat ik weet dat de meeste klinieken dergelijke verslagen niet afgeven aan hun patiënten en ik wel wil dat Herman in verband met de komende zitting weet wat de deskundigen over hem schrijven, heb ik alle stukken vorige week aan mijn cliënt doorgestuurd, met daarbij wel de opmerking dat ik er vanuit ga dat Herman zorgvuldig en vertrouwelijk met de documenten omgaat. Niet laten slingeren op de afdeling maar goed opbergen in een afgesloten kast en niet teveel met andere patiënten over praten.

Je kunt de meeste cliënten prima een dergelijk verzoek doen. Zo ook in dit geval.

Ondanks zijn veroordeling kan Herman als gezagsgetrouw worden betiteld. 

Vanmorgen belde Herman met onze telefoonservice, waarna ik de volgende boodschap in mijn mail ontving:

Meneer heeft vandaag de papieren ontvangen. Hij zal er netjes mee om gaan. Maar mag meneer wel met potlood op het papier schrijven? Er staan namelijk dingen in die niet kloppen.

Wat netjes van Herman.

Maar zijn vraag is ook veelbetekenend. Mensen die in een TBS kliniek verblijven zijn niet gewend zelfstandig beslissingen te nemen, afgezien van toiletbezoek. Ze hebben geleerd dat ze overal om moeten vragen. Willen ze tekenen dan moeten ze om potloden vragen, willen ze lezen dan moeten ze vragen om een boek en als ze hoofdpijn hebben dan kunnen ze geen paracetamolletje pakken. Nee, daar moeten ze om vragen.

Je kunt het zo gek niet bedenken of er moet om gevraagd worden. Behalve als het gaat om maaltijden. Het eten wordt TBS-ers gewoon voorgezet.

Als je gewend bent geraakt aan vragen stellen, dan is de oefening routine geworden. Je kan niet anders

Los van de medisch-inhoudelijke component van de behandeling is TBS eigenlijk een extreem verregaande vorm van afhankelijkheid, waarbij de vrijheid heel ver weg is. 

Sociaal verhoor

Het voorarrest van de verdachte waar ik in juli over schreef duurt nog voort. De rechtbank heeft de zaak tweemaal pro forma behandeld, waarbij op de laatste zittingsdag is besloten om het onderzoek ter terechtzitting te schorsen en de stukken in handen te stellen van de rechter-commissaris. Die zal een viertal getuigen gaan horen, waarbij ook de advocaten van de betrokken verdachten de gelegenheid krijgen vragen aan de getuigen te stellen.

 

Tijdens de voorbereiding van de getuigenverhoren kwam ik in het proces-verbaal van verhoor van een verdachte, inclusief schrijffout de volgende tekst van de politie tegen:

 

Door mij, verbalisant, werd terzake het volgende aan de verdachte medegedeeld: “Je bent aangehouden als verdacht van betrokkenheid bij een gewapende overval op een supermarkt in Friesland. Wij werken allebei bij de regionale recherche en willen je in verband met die verdenking horen. Wij willen in principe het verhoor splitsen in een zogenaamd sociaal verhoor en een zaakgericht verhoor. Door het sociale verhoor willen we graag kennis met je maken. Dat gaat dus over jouw als persoon. Het zaakgerichte verhoor, dat zal duidelijk zijn, gaat over de verdenking die tegen jou bestaat. Soms zullen er vragen zijn waarvan je denkt dat wij dat al weten. Dat zou kunnen maar we willen graag de informatie van jou horen. Er zullen wellicht ook vragen zijn die eerder zijn gesteld of op elkaar lijken. Dat doen we niet om een valkuil te creëren of omdat we denken dat je dom bent. Het gaat er gewoon om dat we willen dat je ons goed begrijpt. Er zullen ook vragen zijn waarvan je misschien het nut niet inziet. Ga er toch maar vanuit dat die vragen wel belangrijk zijn voor het onderzoek.”

 

Vervolgens wordt de verdachte medegedeeld dat hij niet tot antwoorden verplicht is en begint het verhoor. Het sociale verhoor waarbij aan de verdachte wordt gevraagd of hij werk heeft of op school zit, of hij inkomen heeft, wat zijn woonsituatie is. Dat soort dingen. Ogenschijnlijk onbelangrijk voor de zaak zelf. Maar de werkelijkheid is vaak anders. Als een verdachte tegenover de politie verklaart dat hij geen inkomen heeft terwijl er in zijn fouillering wel een bedrag van € 4.000,- is gevonden, zal de informatie uit het sociale verhoor natuurlijk gebruikt worden in het zaakgerichte verhoor. "Wat kun je zeggen over de herkomst van het geld dat we bij je hebben gevonden?"

 

De politie legt op een heldere wijze uit wat ze van plan zijn. Informatieverstrekking aan de verdachte van formele aard, zoveel mogelijk in een taal die de gemiddelde verdachte kan begrijpen. Zo hoort het. Verdachten worden met respect behandeld. De politie doet aan waarheidsvinding. Ze stellen vragen om duidelijkheid te krijgen over de toedracht van het misdrijf. De politie heeft er ook belang bij dat een verdachte naar waarheid zal verklaren. Aan onjuiste informatie heeft niemand iets. Daarom legt de politie ook aan een verdachte de te verwachten werkwijze uit. 

Bijkomend effect zal zijn dat verdachten, althans sommigen, zich gerustgesteld zullen voelen en op hun gemak het gesprek aangaan. Wat een aardige politieagenten zeg, daar valt best mee te praten.

 

Zonder dat ik veel last heb van paranoïde gedachten, komt het wel eens bij mij op dat mensen die erop hameren dat ze wel te vertrouwen zijn, eigenlijk helemaal niet te vertrouwen zijn. Net zoals mensen die na een thuisnederlaag van Ajax over tegenstander ADO Den Haag zeggen, met alle respect maar… Zij respecteren ADO Den Haag natuurlijk helemaal niet. Maar dat durven ze niet te zeggen. Met alle respect voor, als beleefdheidsuiting.

 

Zou het zo ook met de politieagenten zijn?

 

We willen geen valkuil voor je creëren. Oh nee, echt niet? 

 

De prinses en het rijbewijs

De politie is bevoegd om in een aantal speciaal aangegeven situaties, het rijbewijs van iemand in te nemen. In een programma's als Blik op de Weg kunnen wekelijks vele voorbeelden daarvan worden aanschouwd. 

 

(download)


Veelal vindt invordering van een rijbewijs plaats na een verdenking van rijden onder invloed, strafbaar gesteld in artikel 8 van de Wegenverkeerswet 1994. De politie heeft in eerste instantie redenen om aan te nemen dat iemand een zogenaamde alcomobilist is. De bestuurder wordt vervolgens staande gehouden en moet een voorlopige ademtest ondergaan. Na het blazen van een F volgt aanhouding en wordt er een ademanalyse afgenomen waarbij de hoeveelheid alcohol per uitgeademde liter lucht (in de volksmond uggeltjes) wordt gemeten. Is dat resultaat te hoog dan is iemand zijn rijbewijs kwijt.


Nadat de politie vervolgens het ingevorderde rijbewijs samen met een proces-verbaal aan de officier van justitie heeft gezonden, neemt laatstgenoemde een verdere beslissing omtrent het rijbewijs. In sommige situatie kan het rijbewijs worden teruggeven, afhankelijk van de ernst van de overtreding en de vraag of de verdachte al eerder met politie en/of justitie in aanraking is geweest voor gelijksoortige feiten; maar regelmatig krijgt een verdachte te horen dat het rijbewijs nog langer ingehouden blijft. Bijvoorbeeld voor een periode van 6 maanden. In dergelijke situaties heeft een verdachte de mogelijkheid om een klaagschrift in te dienen bij de rechtbank.

 

Dat deed ook Wouter, een 21-jarige Hagenees. Wat was er gebeurd?

 

Uit het proces-verbaal van bevindingen dat de politie opmaakte kon het volgende worden afgeleid.

 

(...) Op zondag 26 september 2010 omstreeks 1.40 uur stond ik, met verkeersbegeleiding belast naar aanleiding van een groot feest op het voormalig Marinevliegkamp Valkenburg, gekleed in uniform, met een opvallende dienstmotor, op de Tjalmaweg te Valkenburg. Van een collega vernam ik dat van voornoemd feest een zwarte Mercedes Vito zou zijn vertrokken in de richting van Valkenburg, met een bestuurder die vermoedelijk onder invloed van alcohol zou verkeren. Ik ben hierop gaan uitkijken naar de Mercedes.


Rijdend op de Voorschoterweg trof ik vervolgens voornoemde auto aan. Ik zag dat de Vito van links naar rechts reed en aan weerszijden in de berm terechtkwam. De snelheid bedroeg ongeveer 50 kilometer per uur. De bestuurder miste op een haar na aan de rechterzijde van de rijbaan fietsende fietsers. Ik stuurde mijn voertuig op een bepaald moment naar de linkerzijde van de Mercedesbus en trachtte de bestuurder een stopteken te geven. Voor mijn gevoel zag de bestuurder mij niet. Ik zette mijn optische- en geluidssignalen aan om de aandacht van de bestuurder te trekken. Ik zag dat de bestuurder met zijn ogen dicht en zijn hoofd achterover achter het stuur zat. Vervolgens gaf ik een harde klap op de ruit aan de bestuurderszijde, waarna de bestuurder om zich heen keek en mij zag. De bestuurder gaf gevolg aan mijn stopteken.

De voorlopige ademtest resulteerde in een F-indicatie, waarna ik de verdachte heb aangehouden (...)


Het rijbewijs werd ingevorderd. Korte tijd later deelde het CVOM Wouter mee dat zijn rijbewijs gedurende een periode van 6 maanden ingevorderd bleef.

 

Het namens Wouter ingediende klaagschrift was gebaseerd op persoonlijke omstandigheden die zo nijpend waren dat de rechtbank werd verzocht te gelasten dat het rijbewijs door de officier van justitie moest worden teruggegeven. Kort gezegd, Wouter had zijn rijbewijs nodig voor zijn werk, niet alleen voor woon-werkverkeer maar ook om zijn werk als shovelmachinist te verrichten.


Na afloop van de zitting, waar de rechter van de verdachte ondermeer wilde weten waarom hij zo stom was geweest om na het drinken van 20 bekers bier in de auto te stappen, werd direct uitspraak gedaan en het volgende overwogen.


Klager wordt ervan verdacht als beginnend bestuurder een motorrijtuig te hebben bestuurd na het gebruik van alcoholhoudende drank, terwijl is gebleken dat het alcoholgehalte van zijn adem hoger was dan 570 microgram alcohol per uitgeademde liter lucht. Klager is tweemaal eerder met de politie in aanraking geweest voor Wegenverkeerswet-feiten. In juni 2009 heeft de rechtbank 's-Gravenhage aan klager een voorwaardelijke rijontzegging opgelegd voor de duur van 4 maanden, met een proeftijd van 2 jaren. De rechtbank is van oordeel dat ernstig rekening gehouden moet worden met de mogelijkheid dat aan klager op de uiteindelijke zitting, geen onvoorwaardelijke rijontzegging zal worden opgelegd van langere duur dan de tijd gedurende welke het rijbewijs nu reeds wordt ingehouden (5 weken, JD). Derhalve wordt het beklag gegrond verklaard.


Wouter mocht zijn handen dichtknijpen. De rechter vond zijn persoonlijke omstandigheden zwaarder wegen dan de verkeersveiligheid. Een half uur na de zitting verliet hij met zijn rijbewijs het gerechtsgebouw, dat in Den Haag het Paleis van Justitie wordt genoemd. Waar in sprookjes paleizen zijn voorbehouden aan koningen of prinsessen, was het in dit geval een uiterst milde rechter die in het paleis zetelde.


Ik vermoed dat er überhaupt geen sprookjes bestaan waarin rijbewijzen een rol spelen.