De politie is bevoegd om in een aantal speciaal aangegeven situaties, het rijbewijs van iemand in te nemen. In een programma's als Blik op de Weg kunnen wekelijks vele voorbeelden daarvan worden aanschouwd.
Veelal vindt invordering van een rijbewijs plaats na een verdenking van rijden onder invloed, strafbaar gesteld in artikel 8 van de Wegenverkeerswet 1994. De politie heeft in eerste instantie redenen om aan te nemen dat iemand een zogenaamde alcomobilist is. De bestuurder wordt vervolgens staande gehouden en moet een voorlopige ademtest ondergaan. Na het blazen van een F volgt aanhouding en wordt er een ademanalyse afgenomen waarbij de hoeveelheid alcohol per uitgeademde liter lucht (in de volksmond uggeltjes) wordt gemeten. Is dat resultaat te hoog dan is iemand zijn rijbewijs kwijt.
Nadat de politie vervolgens het ingevorderde rijbewijs samen met een proces-verbaal aan de officier van justitie heeft gezonden, neemt laatstgenoemde een verdere beslissing omtrent het rijbewijs. In sommige situatie kan het rijbewijs worden teruggeven, afhankelijk van de ernst van de overtreding en de vraag of de verdachte al eerder met politie en/of justitie in aanraking is geweest voor gelijksoortige feiten; maar regelmatig krijgt een verdachte te horen dat het rijbewijs nog langer ingehouden blijft. Bijvoorbeeld voor een periode van 6 maanden. In dergelijke situaties heeft een verdachte de mogelijkheid om een klaagschrift in te dienen bij de rechtbank.
Dat deed ook Wouter, een 21-jarige Hagenees. Wat was er gebeurd?
Uit het proces-verbaal van bevindingen dat de politie opmaakte kon het volgende worden afgeleid.
(...) Op zondag 26 september 2010 omstreeks 1.40 uur stond ik, met verkeersbegeleiding belast naar aanleiding van een groot feest op het voormalig Marinevliegkamp Valkenburg, gekleed in uniform, met een opvallende dienstmotor, op de Tjalmaweg te Valkenburg. Van een collega vernam ik dat van voornoemd feest een zwarte Mercedes Vito zou zijn vertrokken in de richting van Valkenburg, met een bestuurder die vermoedelijk onder invloed van alcohol zou verkeren. Ik ben hierop gaan uitkijken naar de Mercedes.
Rijdend op de Voorschoterweg trof ik vervolgens voornoemde auto aan. Ik zag dat de Vito van links naar rechts reed en aan weerszijden in de berm terechtkwam. De snelheid bedroeg ongeveer 50 kilometer per uur. De bestuurder miste op een haar na aan de rechterzijde van de rijbaan fietsende fietsers. Ik stuurde mijn voertuig op een bepaald moment naar de linkerzijde van de Mercedesbus en trachtte de bestuurder een stopteken te geven. Voor mijn gevoel zag de bestuurder mij niet. Ik zette mijn optische- en geluidssignalen aan om de aandacht van de bestuurder te trekken. Ik zag dat de bestuurder met zijn ogen dicht en zijn hoofd achterover achter het stuur zat. Vervolgens gaf ik een harde klap op de ruit aan de bestuurderszijde, waarna de bestuurder om zich heen keek en mij zag. De bestuurder gaf gevolg aan mijn stopteken.
De voorlopige ademtest resulteerde in een F-indicatie, waarna ik de verdachte heb aangehouden (...)
Het rijbewijs werd ingevorderd. Korte tijd later deelde het CVOM Wouter mee dat zijn rijbewijs gedurende een periode van 6 maanden ingevorderd bleef.
Het namens Wouter ingediende klaagschrift was gebaseerd op persoonlijke omstandigheden die zo nijpend waren dat de rechtbank werd verzocht te gelasten dat het rijbewijs door de officier van justitie moest worden teruggegeven. Kort gezegd, Wouter had zijn rijbewijs nodig voor zijn werk, niet alleen voor woon-werkverkeer maar ook om zijn werk als shovelmachinist te verrichten.
Na afloop van de zitting, waar de rechter van de verdachte ondermeer wilde weten waarom hij zo stom was geweest om na het drinken van 20 bekers bier in de auto te stappen, werd direct uitspraak gedaan en het volgende overwogen.
Klager wordt ervan verdacht als beginnend bestuurder een motorrijtuig te hebben bestuurd na het gebruik van alcoholhoudende drank, terwijl is gebleken dat het alcoholgehalte van zijn adem hoger was dan 570 microgram alcohol per uitgeademde liter lucht. Klager is tweemaal eerder met de politie in aanraking geweest voor Wegenverkeerswet-feiten. In juni 2009 heeft de rechtbank 's-Gravenhage aan klager een voorwaardelijke rijontzegging opgelegd voor de duur van 4 maanden, met een proeftijd van 2 jaren. De rechtbank is van oordeel dat ernstig rekening gehouden moet worden met de mogelijkheid dat aan klager op de uiteindelijke zitting, geen onvoorwaardelijke rijontzegging zal worden opgelegd van langere duur dan de tijd gedurende welke het rijbewijs nu reeds wordt ingehouden (5 weken, JD). Derhalve wordt het beklag gegrond verklaard.
Wouter mocht zijn handen dichtknijpen. De rechter vond zijn persoonlijke omstandigheden zwaarder wegen dan de verkeersveiligheid. Een half uur na de zitting verliet hij met zijn rijbewijs het gerechtsgebouw, dat in Den Haag het Paleis van Justitie wordt genoemd. Waar in sprookjes paleizen zijn voorbehouden aan koningen of prinsessen, was het in dit geval een uiterst milde rechter die in het paleis zetelde.
Ik vermoed dat er überhaupt geen sprookjes bestaan waarin rijbewijzen een rol spelen.