Beroepsgeheim

Bedrijfsartsen schenden af en toe hun beroepsgeheim. Oorzaak: de druk van een werkgever.

De term bedrijfsarts suggereert weliswaar een band met een werkgever, maar over de werkelijke status kan geen misverstand bestaan. Een bedrijfsarts is volledig onafhankelijk. Deze onafhankelijkheid is ondermeer geborgd in de Arbeidsomstandighedenwet en het professioneel statuut van de bedrijfsarts. 

Vorig jaar deed het bureau voor beleidsonderzoek Astri in opdracht van het ministerie van Sociale Zaken onderzoek onder 541 bedrijfsartsen. Uit de resultaten bleek dat een minderheid van de bedrijfsartsen regelmatig in een situatie terechtkomt waarin niet meer geheel onafhankelijk gewerkt kan worden, als gevolg van de opstelling van een werkgever.

Volgens de KNMG is het beroepsgeheim een zeer cruciaal aspect van de arts-patiënt relatie. Niet valt in te zien waarom dit voor de bedrijfsarts-werknemer relatie anders zou zijn.

Op 8 maart 2012 deed het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg in Zwolle uitspraak in een zaak die een werkneemster had aangespannen tegen haar bedrijfsarts. Of deze arts onder druk was gezet door de werkgever wordt niet duidelijk, maar feit is dat een korte les ‘hoe om te gaan met medische gegevens’ voor de arts zeker geen kwaad had gekund.

Na afloop van het derde consult deed de bedrijfsarts in kwestie als volgt verslag aan de werkgever:

‘[…] Betrokkene vertelde dat zij op 10 mei de eerste afspraak met de psychiater heeft. Met betrokkene werd afgesproken dat er nadere informatie wordt opgevraagd bij deze behandelaar. Het blijft van belang dat betrokkene regelmatig contact heeft met het werk en ik sprak met haar af dat zij zo mogelijk 2 keer per week even op het werk/het bedrijf aanwezig is. […]’.

De werkneemster beklaagde zich over de handelwijze van de arts. Zij stelde bij het tuchtcollege dat de arts zijn geheimhoudingsplicht had geschonden door haar werkgever te berichten dat zij een afspraak met een psychiater had.

De arts stelde daar weinig tegenover. Verder dan ‘mij is nooit verteld dat de werkneemster niet wilde dat deze informatie bij de werkgever terecht zou komen’ kwam hij niet.

Volgens het tuchtcollege is er geen discussie over dat het hier informatie betrof die onder het beroepsgeheim van de arts viel. Alleen met uitdrukkelijke toestemming van de werkneemster mocht deze informatie aan haar werkgever worden verstrekt. En van toestemming, laat staan uitdrukkelijke toestemming, bleek niets.

Volgens de Wet BIG, de Wet op de Persoonsgegevens en de Code Gegevensverkeer en Samenwerking bij Arbeidsverzuim en Re-integratie mag een bedrijfsarts alleen informatie en advies aan een werkgever verschaffen over:

- de resterende werkzaamheden waartoe de werknemer nog in staat is;

- de te verwachten duur van het verzuim;

- de mate waarin de werknemer arbeidsongeschikt is;

de aanpassingen en maatregelen die de werkgever kan treffen om de re-integratie van de werknemer te bevorderen.

En alleen met uitdrukkelijke toestemming van een werknemer mogen ook andere gegevens met de werkgever besproken worden.

De arts in kwestie kreeg van het tuchtcollege een maatregel opgelegd.

En ook al woedt er op de website van Medisch Contact, het weekblad van de KNMG, al enige tijd een interessante discussie over de toestemming van een patiënt om medische informatie uit te mogen wisselen, de tuchtrechtspraak hierover is vooralsnog eenduidig. Impliciete toestemming bestaat niet.

Massage

Dat een advocaat zich dient te gedragen zoals het een behoorlijk advocaat betaamt, is een regel die velen bekend in de oren zal klinken. Zo schreef ik bijvoorbeeld op 17 september 2010 over een zoenende advocaat die de grens van de ongeschreven regels was overgegaan. En ook een advocaat die op het dak van een huis was gaan zitten om de aanleg van een dakterras tegen te houden, ging te ver.

Schermafbeelding_2011-07-25_om_15

De integriteitsregel voor advocaten is een terugkerend item bij tuchtzaken. Advocaten dienen zich als fatsoenlijke en integere beroepsbeoefenaars te gedragen, overeenkomstig de gedragsregels. Maar wat fatsoenlijk en integer is, kan niet altijd op voorhand vastgesteld worden. Wat te denken van de volgende kwestie.

Een Zuid-Hollandse advocaat heeft een afspraak met een vrouwelijke cliënte in een uithuisplaatsingsprocedure. Vriendelijk en flexibel als de rechtshulpverlener kennelijk is, bezoekt hij zijn cliente in het opvanghuis waar ze als gevolg van huiselijk geweld tijdelijk verblijft. Het is 3 februari 2010 en spekglad buiten. Op weg naar de bespreking met zijn cliënte komt de advocaat lelijk ten val. Hij belandt plat op zijn rug met hevige pijn tot gevolg. In verband met die pijn kost het de advocaat moeite om tijdens de bespreking geconcentreerd te blijven. Hij vraagt daarom zijn cliënte om te helpen zijn pijn te verlichten. Zou de vrouw hem wellicht even kunnen masseren?

De vrouw is hier niet van gediend, zij is immers degene met een hulpvraag. Toch wrijft ze haar advocaat tweemaal lichtjes over een bepaalde plek in het midden van zijn rug. Als dank krijgt de vrouw -letterlijk- een schouderklopje.

Ondanks dat het gesprek plaatsvond in een open en voor een ieder toegankelijke ruimte in het opvanghuis, was niemand er getuige van. Wij hadden dit ook allemaal nooit geweten als de vrouw niet een klacht tegen haar advocaat had ingediend bij de Raad van Discipline in Den Haag. En het was die instantie die als tuchtrechter oordeelde dat de advocaat zich niet had gedragen zoals het een behoorlijk advocaat betaamt.

"Een advocaat dient de nodige distantie in acht te nemen ten opzichte van zijn cliënte. In het onderhavige geval heeft de advocaat ook onvoldoende oog gehad voor het feit dat klaagster een verleden heeft dat getekend is door huiselijk geweld zodat hij om die reden extra waakzaam had moeten zijn om de nodige distantie te bewaren."

Mr. X, uitspraken als deze worden geanonimiseerd gepubliceerd, kreeg geen straf maar slechts een waarschuwing opgelegd.

Advocaten moeten met hun tengels van hun cliënten afblijven. En als ze pijn hebben kunnen ze beter een dokter bezoeken dan een cliënte.

En bij een opvanghuis moeten ze al helemaal uit de buurt blijven.

Zoenen

Een advocaat dient zich te gedragen zoals het een behoorlijk advocaat betaamt. 

75a0b95ea3f96ee64c557a66314e0147
Maar wat precies binnen de grenzen van het betamelijke valt en wat daarbuiten is op voorhand niet altijd duidelijk. Daarom, en vanwege het feit dat een advocaat bij de uitoefening van zijn werkzaamheden in beginsel een grote vrijheid heeft om te handelen zoals hij denkt dat het goed is, komen er bij de raad van discipline, de tuchtrechter voor advocaten, nogal eens klachten binnen over advocaten waarvan wordt vermoed dat ze over de grens zijn gegaan.

Voor alle duidelijkheid, de grens van het betamelijke.

Volgens de Dikke van Dale betekent betamelijk: behoorlijk, passend.

Onlangs beoordeelde de raad van discipline een klacht van een hulpofficier van justitie. De klacht was gericht tegen een advocaat die zich op het politiebureau vervelend had gedragen. Wat was er gebeurd?

Agenten hadden een vrouw naar het politiebureau meegenomen van wie het rijbewijs ingenomen moest worden. Waarom dat nodig was blijkt niet uit de uitspraak van de raad maar ik heb reden om aan te nemen dat het om een verdenking van rijden onder invloed ging.

De verdachte had geen rijbewijs of ander legitimatiebewijs bij zich. In verband daarmee belde de verdachte een vriend; advocaat van beroep.

De vriend kwam korte tijd later met het rijbewijs van de verdachte naar het politiebureau en legitimeerde zich bij binnenkomst als advocaat waarna hij de verdachte in ieder geval heeft gezoend op haar wangen in aanwezigheid van de politie. Over wat er verder allemaal is gebeurd daar lopen de lezingen over uiteen maar feit is dat de advocaat, door de agenten omschreven als zeer recalcitrant, uiteindelijk het politiebureau is uitgezet.

Voordat de politie die maatregel nam werd van de advocaat eerst nog een blaastest afgenomen. Kennelijk werd vermoed dat het recalcitrante gedrag voortvloeide uit het overmatig gebruik van alcohol.

De uitkomst van de blaastest bleek negatief. Dus positief voor de advocaat. 

Blaastest-politie

De raad van discipline die het gedrag van de advocaat moest beoordelen was helder in haar oordeel: De raad is van oordeel dat verweerder door het zoenen van de verdachte niet de afstandelijkheid in acht heeft genomen die mag worden verwacht  van een advocaat die beroepshalve contact heeft met een verdachte, ook al is hij met deze persoon bevriend.

Dus nog los van eventueel vervelend gedrag was de advocaat door zoenen de grens van de ongeschreven regels overgegaan.

Aan de advocaat werd de maatregel van waarschuwing opgelegd.

Slechts een waarschuwing, een oproep om niet meer te doen. Of beter, nooit meer een zoen.

Ik kan me niet herinneren ooit een verdachte te hebben gezoend. Maar mijn vrienden komen natuurlijk ook nooit op een politiebureau.