De waarheid ligt soms heel dicht bij een leugen.
Een jonge vrouw werd door de rechter als getuige gehoord over een door haar gedane aangifte van huiselijk geweld. De (ex) vriend van de vrouw zou in maart van dit jaar onder invloed van drank en drugs volledig door het lint zijn gegaan en haar hebben geslagen en haren uit haar hoofd hebben getrokken. Verder vertelde de vrouw in haar buik te zijn getrapt waarna ze van de trap zou zijn gegooid.
De verdachte heeft vanaf het eerste moment alles ontkend.
Tijdens de behandeling van de strafzaak in juli liet de verdachte een brief van de aangeefster zien. In die brief stond dat ze spijt had van haar valse aangifte en dat ze hoopte dat alles weer goed kwam. Om te onderzoeken of deze brief inderdaad van de aangeefster was, besloot de rechtbank de zaak te verwijzen naar de rechter-commissaris. Die zou de vrouw als getuige moeten gaan horen over haar aangifte.
Zonder dat ik wist hoe de getuige er uit zag had ik weinig moeite om haar in de hal van de rechtbank te herkennen. Trillend en bevend wipte ze van de ene voet op de andere. Overduidelijk angstig en onzeker voor wat er stond te gebeuren.
Na de eerste vraag van de rechter begon de getuige te ontspannen en honderduit te vertellen. Er was helemaal niets gebeurd die nacht in maart. Ze was niet mishandeld door haar ex. Ze had veel te veel gedronken (een fles Belvédère wodka) en was bij thuiskomst een paar keer gevallen. Daar kwamen de verwondingen en het bloed vandaan. De verdachte viel niets te verwijten. Hij was weliswaar boos geweest omdat ze laat thuis was gekomen maar verder niets. Ze was met geen vinger aangeraakt. Het was haar eigen schuld. Die stomme drank ook.
De aangifte was een leugen geweest. Ze durfde de volgende dag niet naar haar werk omdat ze overal blauwe plekken had en voelde zich gedwongen een verhaal te verzinnen. En tijdens het opschrijven van het verhaal bij de politie kreeg ze steeds meer het gevoel dat ze niet meer terugkon. En dus maakte ze het alleen maar erger. Totdat de verdachte in de cel belandde. Toen had ze de waarheid omtrent haar leugen verteld.
"Bent u bang voor de verdachte", vroeg de rechter. "Ik mis hem", vertelde de getuige. Maar dat was natuurlijk geen antwoord op de vraag.
Getuigen worden bij de rechter-commissaris doorgaans niet onder ede gehoord. Als er na afloop van het verhoor nog onduidelijkheden of vragen blijken te zijn, kan de getuige altijd nog tijdens de uiteindelijke strafzaak opnieuw worden gehoord. En dat gebeurt dan wel onder ede.
Een getuige die niet onder ede staat kan geen meineed plegen.
Vanwege de aard van de zaak besloot de rechter-commissaris halverwege het verhoor de vrouw toch onder ede te gaan horen. "Dat betekent dat u de waarheid en niets dan de waarheid zult moeten verklaren. Als u dat niet doet pleegt u meineed. Zou u mij na willen zeggen, dat beloof ik."
"Dat beloof ik. Maar eh, mag ik vragen hoeveel er op meineed staat", kon de vrouw nog net uitbrengen voordat ze onbedaarlijk begon te snikken.
De getuige vertelde vervolgens dat haar aangifte wel degelijk waar was. Ze had de verdachte willen helpen en was naar de politie gegaan om haar aangifte in te trekken. Toen dat niet bleek te kunnen had ze hem geschreven dat het allemaal een leugen was geweest. Ze wilde niet dat hij werd gestraft, ze wilde hem terug.
Maar de cel in voor meineed was ook niet wat ze wilde.
Binnenkort zal de rechtbank de strafzaak opnieuw behandelen. Daar komt ook het verhoor van vandaag aan bod. Je zou kunnen zeggen dat de vrouw haar uiterste best heeft gedaan om de verdachte te helpen. Ze was bereid ver te gaan. Ze was zelfs bereid de waarheid te verdoezelen. Alleen zelf een misdrijf plegen was een stap te ver.
Waarheidsvinding, daar gaat het om in strafzaken. Rechters proberen gebeurtenissen te reconstrueren in de hoop op die manier bij de waarheid uit te komen. Alleen weet je achteraf nooit zeker of je de waarheid te pakken hebt.
Wat je wel zeker weet is dat de waarheid ook kil en donker kan zijn. En dat je daarom soms best begrip voor een leugen kunt hebben. Het zachte liegen in plaats van de harde waarheid.
Want hoe moet iemand zich gedragen die vlinders in haar buik heeft, maar ook tranen in haar ogen?