Rijbewijs ingevorderd

Behoort u tot één van de ongeveer 1300 automobilisten die maandelijks het rijbewijs tijdelijk kwijtraakt? Let dan goed op.

Sinds 1 juni 2011 worden door de politie ingevorderde rijbewijzen vrijwel altijd door de officier van justitie ingehouden. Waar voorheen in veel gevallen tien dagen na invordering, het rijbewijs door het openbaar ministerie aan een verdachte van een snelheidsovertreding werd teruggeven, is dat nu niet meer het geval. De regels zijn aangescherpt.

Tot 1 juni 2011 hoefden de mensen die de regels van de Wegensverkeerswet iets ruimer namen dan ze waren, zich niet direct al teveel zorgen te maken. Nu wel. Waar een rijbewijs doorgaans na tien dagen werd teruggegeven ingeval van een snelheidsovertreding tot 70 kilometer per uur te hard, is nu een overtreding van meer dan 50 kilometer per uur te hard al goed voor een inhouding voor de duur van twee maanden.

En hoe harder hoe strenger. Afhankelijk van de ernst van de overtreding kan de inhouding langer gaan duren.

Verder geldt de recidiveregeling bij rijden onder invloed (het puntenstelsel) tegenwoordig voor alle bestuurders en niet alleen maar voor beginnende bestuurders. Wie binnen vijf jaar na een onherroepelijke afdoening opnieuw wordt aangehouden met een alcoholpromillage dat hoger is dan 1,3 raakt automatisch zijn rijbewijs kwijt. 1,3 promille, dat zijn zes biertjes.

Tweemaal geel is rood geldt nu ook in het verkeer. Met de snelweg als slecht gevuld voetbalstadion waar je roemloos afdruipt en voor onbepaalde tijd geschorst wordt.

Om nadien weer in het bezit te komen van een geldig rijbewijs moet opnieuw een volledig rijexamen worden afgelegd. Ook moet worden voldaan aan de eisen van medische geschiktheid.

Dus om met Sergeant Phil Esterhaus te spreken. Let's be careful out there.

Rijbewijs

Bron: http://rijbewijsingevorderd.nl/

 

De prinses en het rijbewijs

De politie is bevoegd om in een aantal speciaal aangegeven situaties, het rijbewijs van iemand in te nemen. In een programma's als Blik op de Weg kunnen wekelijks vele voorbeelden daarvan worden aanschouwd. 

 

(download)


Veelal vindt invordering van een rijbewijs plaats na een verdenking van rijden onder invloed, strafbaar gesteld in artikel 8 van de Wegenverkeerswet 1994. De politie heeft in eerste instantie redenen om aan te nemen dat iemand een zogenaamde alcomobilist is. De bestuurder wordt vervolgens staande gehouden en moet een voorlopige ademtest ondergaan. Na het blazen van een F volgt aanhouding en wordt er een ademanalyse afgenomen waarbij de hoeveelheid alcohol per uitgeademde liter lucht (in de volksmond uggeltjes) wordt gemeten. Is dat resultaat te hoog dan is iemand zijn rijbewijs kwijt.


Nadat de politie vervolgens het ingevorderde rijbewijs samen met een proces-verbaal aan de officier van justitie heeft gezonden, neemt laatstgenoemde een verdere beslissing omtrent het rijbewijs. In sommige situatie kan het rijbewijs worden teruggeven, afhankelijk van de ernst van de overtreding en de vraag of de verdachte al eerder met politie en/of justitie in aanraking is geweest voor gelijksoortige feiten; maar regelmatig krijgt een verdachte te horen dat het rijbewijs nog langer ingehouden blijft. Bijvoorbeeld voor een periode van 6 maanden. In dergelijke situaties heeft een verdachte de mogelijkheid om een klaagschrift in te dienen bij de rechtbank.

 

Dat deed ook Wouter, een 21-jarige Hagenees. Wat was er gebeurd?

 

Uit het proces-verbaal van bevindingen dat de politie opmaakte kon het volgende worden afgeleid.

 

(...) Op zondag 26 september 2010 omstreeks 1.40 uur stond ik, met verkeersbegeleiding belast naar aanleiding van een groot feest op het voormalig Marinevliegkamp Valkenburg, gekleed in uniform, met een opvallende dienstmotor, op de Tjalmaweg te Valkenburg. Van een collega vernam ik dat van voornoemd feest een zwarte Mercedes Vito zou zijn vertrokken in de richting van Valkenburg, met een bestuurder die vermoedelijk onder invloed van alcohol zou verkeren. Ik ben hierop gaan uitkijken naar de Mercedes.


Rijdend op de Voorschoterweg trof ik vervolgens voornoemde auto aan. Ik zag dat de Vito van links naar rechts reed en aan weerszijden in de berm terechtkwam. De snelheid bedroeg ongeveer 50 kilometer per uur. De bestuurder miste op een haar na aan de rechterzijde van de rijbaan fietsende fietsers. Ik stuurde mijn voertuig op een bepaald moment naar de linkerzijde van de Mercedesbus en trachtte de bestuurder een stopteken te geven. Voor mijn gevoel zag de bestuurder mij niet. Ik zette mijn optische- en geluidssignalen aan om de aandacht van de bestuurder te trekken. Ik zag dat de bestuurder met zijn ogen dicht en zijn hoofd achterover achter het stuur zat. Vervolgens gaf ik een harde klap op de ruit aan de bestuurderszijde, waarna de bestuurder om zich heen keek en mij zag. De bestuurder gaf gevolg aan mijn stopteken.

De voorlopige ademtest resulteerde in een F-indicatie, waarna ik de verdachte heb aangehouden (...)


Het rijbewijs werd ingevorderd. Korte tijd later deelde het CVOM Wouter mee dat zijn rijbewijs gedurende een periode van 6 maanden ingevorderd bleef.

 

Het namens Wouter ingediende klaagschrift was gebaseerd op persoonlijke omstandigheden die zo nijpend waren dat de rechtbank werd verzocht te gelasten dat het rijbewijs door de officier van justitie moest worden teruggegeven. Kort gezegd, Wouter had zijn rijbewijs nodig voor zijn werk, niet alleen voor woon-werkverkeer maar ook om zijn werk als shovelmachinist te verrichten.


Na afloop van de zitting, waar de rechter van de verdachte ondermeer wilde weten waarom hij zo stom was geweest om na het drinken van 20 bekers bier in de auto te stappen, werd direct uitspraak gedaan en het volgende overwogen.


Klager wordt ervan verdacht als beginnend bestuurder een motorrijtuig te hebben bestuurd na het gebruik van alcoholhoudende drank, terwijl is gebleken dat het alcoholgehalte van zijn adem hoger was dan 570 microgram alcohol per uitgeademde liter lucht. Klager is tweemaal eerder met de politie in aanraking geweest voor Wegenverkeerswet-feiten. In juni 2009 heeft de rechtbank 's-Gravenhage aan klager een voorwaardelijke rijontzegging opgelegd voor de duur van 4 maanden, met een proeftijd van 2 jaren. De rechtbank is van oordeel dat ernstig rekening gehouden moet worden met de mogelijkheid dat aan klager op de uiteindelijke zitting, geen onvoorwaardelijke rijontzegging zal worden opgelegd van langere duur dan de tijd gedurende welke het rijbewijs nu reeds wordt ingehouden (5 weken, JD). Derhalve wordt het beklag gegrond verklaard.


Wouter mocht zijn handen dichtknijpen. De rechter vond zijn persoonlijke omstandigheden zwaarder wegen dan de verkeersveiligheid. Een half uur na de zitting verliet hij met zijn rijbewijs het gerechtsgebouw, dat in Den Haag het Paleis van Justitie wordt genoemd. Waar in sprookjes paleizen zijn voorbehouden aan koningen of prinsessen, was het in dit geval een uiterst milde rechter die in het paleis zetelde.


Ik vermoed dat er überhaupt geen sprookjes bestaan waarin rijbewijzen een rol spelen.


 

Gehandicaptenparkeerkaart

Mevrouw Hofmeester is 79 jaar, woont alleen en is niet meer zo goed ter been. Ze woont in een klein dorpje in Noord-Holland, ver weg van haar familie. Een rijbewijs heeft ze nooit gehad. 

Het grootste deel van de dag is ze thuis waar de dagelijkse sleur in ieder geval tweemaal per dag doorbroken wordt door de komst van een thuiszorgmedewerkster. 

Mevrouw Hofmeester is al meer dan 40 jaar bevriend met mevrouw Peek. Samen trekken ze er, voor zover de gezondheid dat toelaat, zoveel mogelijk op uit. Samen naar de bibliotheek, de Zaanse Schans, af en toe naar de kerk, boodschappen doen en een paar keer per jaar naar de familie van mevrouw Hofmeester in Limburg. Als mevrouw Peek niet in Gouda zou wonen zouden ze elkaar nog veel vaker zien.

Aangezien mevrouw Hofmeester nauwelijks kan lopen vraagt zij bij haar gemeente een gehandicaptenparkeerkaart voor een passagier aan. In haar straat en in het dorp zijn vaak weinig vrije parkeerplaatsen waardoor het nogal eens voorkomt dat mevrouw Peek de auto met knipperlichten aan, midden op straat zet om haar vriendin in en uit te laden, om te voorkomen dat mevrouw Hofmeester ver moet lopen. Want dat gaat niet meer.

Afgezien van het feit dat beide dames zich hierdoor nogal opgejaagd voelen kan dat tijdelijke parkeergedrag op weinig begrip rekenen. Mensen beklagen zich bij mevrouw Peek of plaatsen een kaart achter haar raam met de tekst “u staat op mijn plaats”.

Nederland wordt steeds asocialer.

De Wegenverkeerswet 1994 geeft in combinatie met de Regeling gehandicaptenparkeerkaart criteria voor de afgifte van gehandicaptenparkeerkaarten. En die criteria zijn niet mals:

a. bestuurders van motorvoertuigen op meer dan twee wielen en van brommobielen, die ten gevolge van een aandoening of gebrek een aantoonbare loopbeperking hebben van langdurige aard, waardoor zij - met de gebruikelijke loophulpmiddelen - in redelijkheid niet in staat zijn zelfstandig een afstand van meer dan 100 meter aan een stuk te voet te overbruggen;

b. passagiers van motorvoertuigen op meer dan twee wielen en van brommobielen, die ten gevolge van een aandoening of gebrek een aantoonbare loopbeperking hebben van langdurige aard, waardoor zij - met de gebruikelijke loophulpmiddelen - in redelijkheid niet in staat zijn zelfstandig een afstand van meer dan 100 meter aan een stuk te voet te overbruggen en die voor het vervoer van deur tot deur continu afhankelijk zijn van de hulp van de bestuurder;

kunnen voor een gehandicaptenparkeerkaart in aanmerking komen.


Parkeerkaart1

 

Een verplicht geneeskundig onderzoek moet uitsluitsel geven op de vraag of mevrouw Hofmeester een zodanige loopbeperking heeft dat zij een gehandicaptenparkeerkaart kan krijgen.

Het onderzoek wordt uitgevoerd door een arts van de GGD. “Het komt vast goed want de dokter was zo’n aardige man”, aldus mevrouw Hofmeester.

En bovendien, aan de rechterkant van haar lichaam heeft mevrouw Hofmeester nauwelijks nog gevoel. En zij lijdt aan een coördinatiestoornis.

Het kwam niet goed. Weliswaar oordeelt de arts dat mevrouw Hofmeester maar 20 tot 40 meter kan lopen, en dan ook nog uiterst moeizaam. Maar omdat zij voor het vervoer van deur tot deur niet continu afhankelijk is van de hulp van mevrouw Peek, wordt de aanvraag geweigerd.

Het is namelijk best mogelijk dat mevrouw Peek haar vriendin van huis haalt, op de stoep voor haar eigen huis zet, waarna mevrouw Peek de auto ophaalt. Ook als die auto 3 straten verderop geparkeerd staat kan het nooit langer dan een paar minuten duren. Zijn die paar minuten voor mevrouw Hofmeester te veel dan zou zij niet staand voor haar huis maar zittend in bijvoorbeeld een rolstoel kunnen wachten tot het moment dat mevrouw Peek in haar auto komt aanrijden om mevrouw Hofmeester op te pikken. Ziedaar, niet gezegd kan worden dat de aanvraagster continu afhankelijk is van de hulp van haar bestuurster.

Regels zijn nu eenmaal regels. Geen speld tussen te krijgen.

Tegen het afwijzende besluit om een gehandicaptenparkeerkaart te verstrekken diende mevrouw Hofmeester een bezwaarschrift in. Tijdens de mondelinge behandeling daarvan werd de vertegenwoordiger van de gemeente gevraagd wanneer er naar het oordeel van B&W wel sprake is van continu afhankelijk zijn van de hulp van een bestuurder. Iedereen kan toch wel even buiten op de stoep wachten? Desnoods in een rolstoel, zittend op de grond, geleund tegen een boom of muur?

Volgens de vertegenwoordiger van de gemeente dient het criterium ‘continu afhankelijk zijn’ gereserveerd te worden voor mensen die niet alleen kunnen worden gelaten als de auto wordt gehaald of weggezet.

Sinds de behandeling van het bezwaarschrift buig ik het hoofd over de vraag welke mensen dat zijn. Wie kan niet eventjes alleen gelaten worden? Ik zoek voorbeelden van mensen die een gehandicaptenparkeerkaart hebben gekregen omdat zij kennelijk nog geen 2 seconden alleen gelaten kunnen worden. Moet je daarvoor in een coma liggen?

(Als dat het geval is ben je waarschijnlijk niet in staat een gehandicaptenparkeerkaart aan te vragen.)

Ik kom er niet uit en moet denken aan een opmerking van Gerdjan Kipping. Volgens hem zijn regels helemaal geen regels zijn. Regels dienen een doel en kunnen nooit zelf het doel zijn.

The law is like a bow. It is designed to be bent almost indefinitely, but never to be broken.

Binnen enkele weken neemt het college van burgemeester en wethouders een beslissing op het bezwaarschrift van mevrouw Hofmeester. Tot die tijd bladert zij met frisse tegenzin door Wehkampfolders waarin goedkope rolstoelen staan. Je weet immers maar nooit.