Willekeur

Het vak van rechter is eenvoudig en overzichtelijk. Je wordt voor het leven benoemd en toetst gedrag van burgers, bedrijven en instanties aan de wet. En de wet zelf, daar bemoei je je niet mee, daar zijn anderen voor.

Simpel. Iedereen zou het kunnen.

Rechters zijn verder net echte mensen, ze moeten zich uiteraard zelf ook aan de wet te houden.

Behalve als het de rechter niet goed uitkomt. Dan hoeven ze zich van de wet niets aan te trekken.

In Amsterdam heeft de meervoudige strafkamer op 14 november 2011 een uitspraak gedaan die vermoedelijk nog veel stof zal doen opwaaien. Dat hoop ik althans. Want onomwonden en welbewust hebben de rechters in kwestie de wet aan hun laars gelapt. Niet zonder reden en -dat moet gezegd- met een flinke dosis lef trekken de rechters de wetgever van haar democratische stoel om er vervolgens zelf op te gaan zitten.

'Wij toetsen als magistraat de wet en als wij denken dat het een slechte wet is, dan maken we zelf wel een nieuwe.'

Een verdachte van een aantal verkrachtingen en aanrandingen werd door de Amsterdamse rechters in kwestie schuldig bevonden. De maximaal op te leggen gevangenisstraf was 4 jaar en 3 maanden, dit als gevolg van artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht. Maar die maximale straf vond de rechtbank veel te licht.

Met als argument dat de maximale gevangenisstraf niet zou zijn uit te leggen aan de samenleving in het algemeen en de slachtoffers in het bijzonder, veroordeelde de rechtbank de verdachte tot 10 jaar cel.

Weliswaar was de rechtbank gebonden aan de wet; men voelde zich echter niet gebonden. En kennelijk konden de gewetens van de magistraten met die drogredenering schoongespoeld worden.

Het recht is ondermeer ontstaan om chaos en willekeur te voorkomen.

Het parlement mag als wetgever worden beïnvloed door de publieke opinie. Maar rechters die hun oren laten hangen naar de gevoelens in de samenleving, whatever that may be, zouden zich moeten schamen.